Springen voor beginnende en top ruiters

Elke springruiter heeft geregeld begeleiding van een goede trainer zo ook de top ruiters overleggen geregeld met trainers om de puntjes op de i te houden.

In de basis van het springen worden veel fouten gemaakt en is daarbij een goede trainer van groot belang. Het springen is niet alleen "simpel" een hindernis nemen maar komt veel meer bij kijken!

De kunst van het geven van springlessen is het juist overbrengen van de informatie, een groot springruiter hoeft niet altijd een goede instructeur te zijn.

Vaak wil een ruiter te veel werken en regelen, dit kan als je hier heel bedreven in bent en weet wat je doet. Dit is dan ook de meest voorkomende fout welke de beginnende springruiter maakt.

Lammert beheert de kunst van het overbrengen van de juiste instructie, met rust in het rijden en weet waar hij over praat door zijn jaren lange ervaring.

Dagelijks geeft Lammert door heel Nederland lessen op je eigen locatie of op een locatie naar wenst zoals bijvoorbeeld waar een oefenparcours gereden kan worden.

Naast het opleiden van springruiters staat Lammert ook bekend als dé trouble shooter als het gaat om problemen in het rijden op te lossen.

Naast de lessen begeleid Lammert gewenst bij wedstrijden. Leerlingen van Lammert wordt verzocht wedstrijden welke gereden worden waar hij niet bij kan zijn te filmen en naar hem te sturen.

Elke leerling is bijzonder en krijgt zijn volle aandacht.

Techniek van de ruiter

De juiste techniek voor het aanrijden naar een hindernis is het ritme, dit geld voor de galop en het aanrijden naar een hindernis maar ook is ritme belangrijk naar een drafbalk.

In de aanloop naar een hindernis of drafbalk kun je dit op een volte doen, zodra je het juiste ritme hebt gevonden kun je aanrijden.

Bij het aanrijden houd je het ritme vast totdat je het gevoel krijgt dat je de juiste afstand hebt en het paard kan laten gaan naar de hindernis toe.

Fouten hierin zijn dat:

  • Je geen ritme hebt
  • Te hard naar de hindernis rijd, de paarden worden te vlak en zullen zij eerder balken eraf gooien. Na de landing zal je de controle moeilijk terug krijgen.
  • Te langzaam naar een hindernis aan rijd, dan zal het paard eerder gaan weigeren.
  • Zit je onder je ritme, haal je het vertrouwen van het paard weg.
  • Het paard terughoudend houden, je komt dan niet uit voor een hindernis en kan je zeker met een combinatie niet het controle houden.

Wat je nooit mag doen: wegdraaien voor de hindernis, hierdoor verliest het paard het vertrouwen in het aanrijden.

De grootste fout wat een springruiter maakt is dat de ruiter te veel wil regelen, een paard heeft in het algemeen een heel goed oog en kan de afstand veelal zelf goed bepalen.

Afstanden

Wij gaan uit van de gemiddelde afstanden tussen de hindernissen, pas deze aan het paard of pony aan. Het ene paard heeft een ruimere pas als het andere paard, blijf hier dan ook in de les naar kijken.

Enkele tips:

  • Lengte van een balk is 3 meter
  • Lengte van een cavaletti is 2,40 of 2,70 meter
  • Galopsprong ligt tussen de 2.70 tot 3.60 meter, afhankelijk van de grote van het paard en de ruimte van de galopsprong.

Afstanden tussen hindernissen:

  • In uit sprong op 3 meter
  • 1 galopsprong, 7 meter
  • 2 galopsprongen, 10 tot 10.50 meter
  • 3 galopsprongen, 14 meter
  • 4 galopsprongen, 17.00 tot 17.50 meter
  • 5 galopsprongen, 20.50 tot 21 meter
  • Afstand tussen drafbalken is 70 – 100 centimeter

Werken met galopbalken

Om een paard goed los te maken of als training tussendoor kun je fijn werken mat galopbalken, hiermee kun je eindeloos variëren. Daarnaast zijn het werken van galopbalken erg goed voor het leren rijden van een goede afstand.

Leg 2 galopbalken op gemiddeld 21 meter en ga mee tellen of je op 5 galopsprongen komt. Verkort de galop eens en tel dan mee of je er misschien wel 6 kan maken.

Ook in de volte kun je deze balken leggen bij A of C, bij X en aan twee zijdes in een hoek van 90 graden. Vergroot en verklein de volte zodat je meer of minder galopsprongen tussen de balken krijgt.

Een galopbalk op de diagonaal is erg fijn om te oefenen op een galopwissel.

Deze oefeningen kunnen zowel voor springruiters als voor dressuurruiters erg nuttig zijn.

De kunst van het lesgeven is met rust in het rijden en de leerling met een lach op zijn gezicht van het paard af te zien gaan.